←  terug naar verhaaltjes
De zig-zag-gang
Download download

De zig-zag-gang

Een verhaal geschreven voor Anne
met haar woord schep

Dark mode Light mode

Zoals bijna elke dag speelde Anne in de zandbak in haar achtertuin. Met haar rode schep wist ze altijd mooie zandkastelen te maken. Ook vandaag maakte ze er weer één, maar deze keer werd hij groter dan anders. Daarvoor had Anne nog meer zand nodig. Ze schepte hele emmers vol en het zandkasteel werd groter en groter. Wat werd hij mooi! Ze zette haar schep opnieuw in het zand voor de volgende emmer. Maar toen verdween haar rode schep de grond in. Ze ging op haar hurken zitten waar de schep verdween en voelde met haar arm in een gat, maar vond de schep nog niet. Ze begon met haar handen te graven maar zakte toen door het hele gat naar beneden.

Anne kwam in een donkere ruimte onder de grond terecht. Zo donker, dat ze echt helemaal niks zag. Ze had geen idee waar ze was en of ze er nog wel uit kon komen. Toen hoorde ze in dezelfde ruimte een hele vriendelijke maar tegelijkertijd ook een boze stem. De stem zei dat er een lichtknopje zat, dat Anne het licht even aan moest zetten. Anne was in de war, hoe kan er in de grond nou een lichtknopje zitten? Maar na even te tasten in het donker, vond Anne toch echt een lichtknopje. Ze drukte op het lichtknopje en langzaam begon de ruimte op te lichten. Het was een gedimd licht, maar net genoeg om de ruimte te bekijken waar ze terecht was gekomen. Het was een smalle gang, of eigenlijk een tunnel. En aan de bovenkant hingen lampjes, de hele tunnel door.
Je kon door de lampjes zien dat het een lange gang was. Maar wel een zigzaggende lange gang, het ging alle kanten op.
Anne keek om zich heen waar die vriendelijke maar boze stem vandaan kwam. En daar, bijna recht voor Anne, stond een mol met een schep en een bouwhelm op. De mol vroeg of het goed ging met Anne, maar Anne was zo verbaasd over de mol met de bouwhelm dat ze vergat te antwoorden. Vervolgens vroeg de mol of Anne achter haar aan wilde lopen, richting de uitgang.
Anne stond op om de modder van haar kleren af te slaan, maar stootte gelijk haar hoofd tegen de bovenkant van de tunnel. Auw, je kon hier blijkbaar niet lopen maar alleen kruipen. En dat deed Anne, kruipend achter de mol aan, in een lange tunnel met lampjes. Het was trouwens helemaal niet raar dat de mol boos was dacht Anne terwijl ze achter de mol aankroop. Ze zou het zelf ook niet leuk vinden als er iemand door het dak van haar huis zou vallen. De gang ging vervolgens alle kanten op, naar links, naar rechts, weer naar rechts, rechtdoor, weer naar links. En zo kroop ze zig-zaggend verder.

De tunnel werd breder en breder. Anne kroop nu niet meer over een moddergrond maar over een rode loper die door de hele tunnel liep. En aan de zijkanten van de tunnels hingen schilderijen en foto’s van andere mollen. De mol vertelde dat het om alle mollen ging die de afgelopen honderden jaren aan de tunnels hebben gewerkt. Alle mollen leken wel op elkaar, maar ook weer niet. Sommige mollen op de schilderijen hadden een krulsnor met een brilletje. Andere mollen hadden een klein baardje. Hoe ze er ook op stonden, ze leken allemaal erg trots te kijken. Waarschijnlijk voor al die grote tunnels die ze gegraven hebben.

Anne kwam in een grote hal terecht waar ze kon staan. De ruimte was mooi afgewerkt met stenen pilaren en dikke houten balken. De grote ruimte zelf had een laagje goud en spikkels, misschien was het wel diamant? Het schitterde in ieder geval mooi in het licht van de lampjes en de fakkels. Aan de andere kant van de hal was een grote stenen wand, waar een waterval naar beneden kletterde. Het viel Anne op dat dit niet zomaar een hal was, maar een ruimte waar alle tunnels bij elkaar kwamen. En boven deze tunnels hingen bordjes waar de tunnels naartoe leiden. Waren de tunnels onder de hele wereld gegraven? Zo zag Anne een bordje met Noord-Afrika, Brazilië, Noordpool, Bredivira, Rusland, Australië, Oostenrijk, en veel meer landen en gebieden.

Er was een hoek van de ruimte die donker was. Anne pakte een fakkel van de muur en hield deze voorzichtig bij de donkere hoek. Door het licht van de fakkel zag Anne een bordje dat Anne niet kon lezen, het was doorgekrast. De tunnel die bij het bordje hoorde, was ook helemaal dichtgetimmerd met grote planken. En het was op zo’n manier dichtgetimmerd, dat het leek dat de mollen haast hadden met het dichtmaken van de tunnel. Anne vroeg aan de mol waarom de tunnel dichtgetimmerd was. De mol met zijn schep en bouwhelm schrok van de vraag en zei dat NIEMAND daar ooit nog naar binnen mag. En dat dit ook nooit meer zal gebeuren. Hij vertelde dat jaren en jaren geleden de mollen zijn begonnen met deze tunnel, maar wat ze daar bij het graven tegenkwamen was zo schrikwekkend, zo gevaarlijk, dat de tunnel nog maar net op tijd dichtgetimmerd was. Terwijl mol dit angstig vertelde hoorde Anne een laag gebrom aan de andere kant van de planken die de tunnel afsloten. Ze schrok, en deed een stapje terug. Ze hoorde nu iets snuiven, of misschien was het ruiken. De planken kraakten… en het werd stil. Het enige wat nog te horen was het wapperen van de fakkels en de waterval die naar beneden kletterde. Anne schrok, want mol trok haar aan de arm weg bij de tunnel. Het was tijd om een uitweg te vinden naar haar huis toe.

De mol liep met Anne door een tunnel waarboven het bordje ‘Engeland’ hing, en stopte al snel bij een trap gemaakt modder en steen. De mol gebaarde naar de trap en Anne klom naar boven met haar rode schep. Ze bedankte de mol voor het helpen en nam afscheid. Bovenaan de trap kroop Anne door een smalle gang en kwam - tot haar grote verbazing - in haar eigen achtertuin terecht. Ze moest wennen aan het felle zonlicht en klom uit de nauwe gang uit. Zo gauw als ze kon rende ze haar huis binnen, ze was weer thuis. Dezelfde dag nog zocht Anne naar de gang waar ze uit was gekomen, maar kon deze niet meer vinden. Ze zocht, en zocht en zocht. Elke hoek van de tuin. Ze ging terug naar het gat in de zandbak waar ze in de tunnel viel, maar ook deze was nergens meer te vinden.

Nooit meer zou Anne de mol vinden, maar ze was hem altijd dankbaar voor het wegwijzen naar huis. Toch bleef Anne met de vraag zitten die jij misschien nu ook hebt. Wat zat er nou in die tunnel die afgesloten was?

Einde

←  terug naar verhaaltjes
Top