←  terug naar verhaaltjes
Dwarse jak-kaas
Download download

Dwarse jak-kaas

Een verhaal geschreven voor Zoë
met haar woord schobbejak

Dark mode Light mode

In een heel klein landje diep in de besneeuwde bergen, wonen verschillende volkjes dicht bij elkaar. Elk volkje had zijn eigen witte sneeuwjak, want sneeuwjakken brachten geluk voor de volkjes. En naast het geluk gaven de sneeuwjakken ook bijzondere goede melk, waarvan vervolgens jak-kaas werd gemaakt zodat de volkjes nooit honger hoefden te hebben. Jak-kaas klinkt als jakkes, maar de volkjes zweerden bij de fantastische smaak. Het werd dan ook overal bij gegeten. Bij het avondeten, het ontbijt en tijdens feestjes. Ze aten het zelfs onder de douche of in bad. Van de sneeuwjakvacht maakten ze warme kleding, zodat de volkjes de koudste winters konden doorstaan. En de melk, de kaas en de vacht was nog goed voor de handel ook.

Maar witte sneeuwjakken waren zeldzaam en bijna onbetaalbaar. Eén van de volkjes kon geen sneeuwjak kopen en moest het doen met een bruine schobbejak. Die waren veel goedkoper. En omdat het volkje zich een beetje schaamde tegenover de andere volkjes, verfden ze de goedkope schobbejak soms wit, om het nog een beetje op een sneeuwjak te laten lijken. Maar hoewel ze hun best deden om het op een sneeuwjak te laten lijken, bleef het natuurlijk een schobbejak. Schobbejakken staan bekend omdat ze erg dwars, koppig en eigenwijs zijn. Er lopen enkele mensen in het volkje rond met gipsarmen en krukken omdat ze de schobbejak probeerden te melken. Daar was de schobbejak niet van gediend en schopte dan ook hard met haar hoeven als er maar iemand in de buurt kwam.
En sinds de schobbejak bij het volkje woonde, verdwenen er spullletjes. Zo was er een mevrouw die klaagde dat er onderbroeken van de waslijn misten, de groenteboer miste elke dag twee kroppen sla en een zak wortels, een meneer was zijn stofzuiger kwijt en een andere mevrouw zocht haar theeketel.
Dat liep hoog op in het volkje en ze gaven elkaar allemaal de schuld. Het werd een enorme ruzie. Sommige mensen vlogen elkaar in de haren of gingen met elkaar op de vuist. Maar een dader werd niet gevonden. Totdat een oplettende voorbijganger de schobbejak zag kauwen op een stukje stofzuigerslang. Na een korte zoektocht vond het volkje een hoekje in de stal waar de schobbejak alle gestolen spulletjes heen sleepte. En dat was inmiddels een grote bult aan spullen geworden.

Het volkje was zo kwaad, dat de raad van het volkje bijeen kwam om de kwestie te bespreken. En terwijl het buiten begon te sneeuwen, discussieerde de raad rondom een warm haardvuurtje, wat er met het lot van de schobbejak zou gebeuren. De raad bestond uit alle dorpsoudsten en ze betreurden de zaak. Ze zagen geen andere mogelijkheid om de schobbejak schuldig te bevinden, om het volkje te kalmeren van alle woede. De schobbejak kreeg een gevangenisstraf van vijf jaar en verdween dezelfde avond nog achter tralies. Het volkje was blij, eindelijk was het mysterie van de gestolen spullen opgelost. Daarbij kwam kijken dat de schobbejak toch geen geluk bracht, vinden ze. Liever kwijt, dan rijk. De schobbejak zelf vond het niet zo erg, en kauwde in haar cel op een oud matras en likte af en toe aan de tralies.

Hoofdstuk 2 Een enorme sneeuwstorm

Buiten de gevangenis sneeuwde het nog steeds. De eerste dagen kon het volkje de sneeuw nog voor de huizen en van de straten weg schuiven. Maar het bleef maar sneeuwen, harder dan de dagen daarvoor en sneeuwschuiven had geen zin meer. Daardoor konden sommige mensen hun huisje niet meer uitkomen. Het volkje begon rondom het ingesneeuwde huisje te graven op zoek naar een deur. Maar door de sneeuw die maar bleef vallen had het geen enkele zin, ze konden niet bij het ingesneeuwde huisje komen.
Zoë, die ook bij het volkje woonde, had een goed idee. De schobbejak kon iedereen uit de sneeuw trekken, door de sneeuw weg te graven. Met dit idee spoedde Zoë zich naar de raad. De raad van het volkje ging met spoed in beraad en kwamen tot de conclusie dat het een goed idee was en de schobbejak werd per direct uit de gevangenis gehaald. Zoë klom op de rug van de schobbejak en samen liepen ze door de sneeuw naar het ingesneeuwde huisje om de mensen te bevrijden uit hun benarde positie.

En of het een benarde positie was! Je zag alleen nog maar een dak en een schoorsteen boven de sneeuw uitsteken. Zoë pakte een krop sla en hield het voor de schobbejak haar neus. Vervolgens gooide Zoë de krop sla door de schoorsteen het huisje in. De schobbejak werd zo wild van de lekkere geur van de krop sla, dat ze als een malle in mega vaart met haar hoeven door de sneeuw liep te beuken en te graven. Ze hapte er zelfs sneeuw bij. Het duurde niet heel lang, en de schobbejak had een open pad gemaakt naar de deur van het huisje. De mensen kwamen enorm blij het huisje uit en begonnen de schobbejak te knuffelen. De schobbejak had daar geen aandacht voor, zij liep naar binnen en knabbelde aan de krop sla die door schoorsteen naar binnen was gegooid. De schobbejak was de held van het volkje. Ze kreeg misschien wel honderduizend knuffels en alle kroppen sla die ze maar wilde.
En Zoë mocht door haar goede idee lid worden van de raad van het volkje, waar ze als jongste lid ooit nog jaren wijze adviezen gaf.

Door alle aandacht en kroppen sla die de schobbejak van het volkje kreeg, begon de schobbejak melk te geven. Van de melk werd voor het eerst in het volkje kaas gemaakt. Echt waar, het was de lekkerste en beste kaas die het volkje ooit geproefd had. En ze noemden het ‘Dwarse Jak-kaas’, vernoemd naar de dwarse schobbejak. Ze verkochten de Dwarse Jak-kaas met veel succes aan alle volkjes. Iedereen was er gek op. Het volkje had nu genoeg geld om wel tien witte sneeuwjakken te kopen. Maar dat deden ze niet, iedereen was geliefd en blij met die gekke schobbejak. Ook al verdween er af en toe nog steeds een stofzuiger of een krop sla.

Einde

←  terug naar verhaaltjes
Top