←  terug naar verhaaltjes
Huize Griebelspin
Download download

Huize Griebelspin

Een verhaal geschreven voor Julian
met zijn woord reuzenspin

Dark mode Light mode

Gillend renden er weer een paar toeristen voorbij de boomhut van Julian. Met de verrekijker keek Julian de bange toeristen na. Eentje struikelde over zijn losse veters en de ander rolde een paar struiken in. Ze krabbelden overeind en renden verder tot ze uit het zicht verdwenen. Julian schudde z'n hoofd. Elke dag weer. Elke dag kwamen er toeristen uit alle windstreken om de legendarische Huize Griebel te bekijken.

Huize Griebel stond bij Julian in de straat. Het huis was al meer dan 300 jaar oud en stond al heel lang leeg. Niemand durfde er te wonen. En omdat er niemand wilde wonen, zag het verlaten huis er oud en griezelig uit. Misschien dat het daarom huize Griebel werd genoemd. Toch werd Huize Griebel een paar jaar geleden gekocht door een onbekende meneer en mevrouw, waarvan niemand hun naam meer weet.
Voordat zij in het huis kwamen wonen, werden zij nog door vele mensen gewaarschuwd over Huize Griebel. Maar de waarschuwingen hielpen niks. Met een grote verhuiswagen kwamen ze aan. Alles versleepten ze Huize Griebel binnen. Een televisie, een bankstel, een koekoeksklok, een hele vreemde kunstverzameling, drie wasmachines - wat Julian een beetje vreemd vond - nog vele verhuisdozen en ga maar door. Julian kon het bijna niet geloven dat het allemaal in één verhuiswagen paste.
De lege verhuiswagen reed weg, en de meneer en mevrouw liepen tevreden hun nieuwe huis binnen.
Maar dezelfde nacht renden de meneer en mevrouw gillend Huize Griebel uit. Halsoverkop lieten ze al hun spullen achter, stapten in hun auto en reden met piepende banden weg.
Niemand heeft ooit nog iets van ze gehoord.

Waar de meneer en mevrouw voor gewaarschuwd zijn, vraag jij je misschien nu af? En waar ze misschien zo bang voor waren?

Voor de reuzenspin.

Hoofdstuk 2 De kraampjes bij Huize Griebel

De reuzenspin is een volksverhaal dat al net zo oud is als Huize Griebel zelf. Er zou een reuzenspin zitten in Huize Griebel.
En daar kwamen natuurlijk vele toeristen op af. Toeristen die hoopten om maar een glimp van de reuzenspin te vangen.
Maar hoewel er vele verhalen zijn, heeft niemand de reuzenspin ooit gezien.
Al zeggen sommige mensen van wel, zoals de verkopers van de kraampjes.

Want om nog wat aan die gekke toeristen te verdienen, stonden er naast Huize Griebel allerlei kraampjes waar ze t-shirts, posters en petten probeerden te verkopen. Overal stond de reuzenspin op afgebeeld.
Ook al zeggen ze van wel, maar de verkopers wisten ook niet hoe de spin eruit zag. Daar gaven ze natuurlijk wel een eigen invulling aan. Het beest was volgens de verkopers stekelig en harig met een zwarte kop, had 16 poten, wel 100 tanden zo scherp als ijzer en een twintig paar ogen.
En ze verkochten goed, iedere toerist wilde wel iets kopen. Als bewijs dat ze bij Huize Griebel durfden te komen.
Maar voordat het donker werd, telden de verkopers hun geld en sloten zij hun kraampjes en gingen er snel vandoor. Zelfs de verkopers durfden niet in het donker bij Huize Griebel te zijn.

Hoofdstuk 3 Er brandt licht op zolder...

Het was inmiddels donker geworden en Julian keek vanuit zijn boomhut naar Huize Griebel. Toen hij net zijn verrekijker wilde opbergen om naar huis te gaan, zag Julian een lichtje branden in Huize Griebel. Julian keek snel met de verrekijker naar het oude huis. Het was donker, maar er was geen lichtje meer te zien.
Brandde er nou licht in Huize Griebel? Of beeldde Julian zich dit in. Maar dat zou betekenen dat er iemand in Huize Griebel was. Welke mafketel doet nou zoiets? Wie durft er nou 's avonds in dat enge huis rond te lopen. En dat terwijl er een reuzenpin kan zitten!
Of... zou het de reuzenpin zelf kunnen zijn?

Julian schudde zijn hoofd. Nee, de reuzenpin is maar een bedacht verhaal. Reuzenspinnen bestaan niet.
Maar toch. Als het verhaal wel waar is, wat als er echt een reuzenpin in Huize Griebel verblijft? Julian zou er dan een video van kunnen maken en dus kunnen bewijzen dat die enge reuzenpin echt bestaat! Julian zag het helemaal voor zich. Hij zou de video op YouTube zetten en dan wereldberoemd worden.

Het was nog vroeg op de avond en Julian pakte zijn rugzak in. Hij nam een camera mee, want daar zou hij de nu al beroemde video mee maken. Ook nam hij een zaklamp mee, om zijn weg te vinden door het donkere Huize Griebel. Wat nog meer? Oh en een doosje koekjes. Want ja, misschien dat de avond lang gaat duren, dan gaat een koekje er wel in.

Daar ging Julian, met zijn tas op zijn rug, op weg naar Huize Griebel. Hij klom vanuit zijn boomhut naar beneden en stapte de straat op die naar Huize Griebel liep.
Maar Julian was niet bang. Nee Julian was niet bang. Tot hij toch echt voor de voordeur van Huize Griebel stond.

Hoofdstuk 4 Julian gaat Huize Griebel binnen

De voordeur was groot en donkerblauw van kleur, met een gouden deurknop. De meeste ramen in het huis waren dichtgetimmerd, dus je kon ook niet even stiekem naar binnen gluren. Behalve dan het zolderraampje, daar brandde een lichtje.
De laatste keer dat er iemand in dit huis was geweest, waren de meneer en mevrouw die 's nachts gillend weggingen. Maar, zou de deur dan op slot zitten? Voorzichtig voelde Julian aan de deurknop en draaide deze om. De deur zat niet op slot. Langzaam opende Julian de voordeur. Omdat het erg donker was binnen, pakte Julian de zaklamp uit zijn rugtas en deed deze aan.

De oude houten vloer piepte en kraakte bij elke voetstap die Julian zette. Dat maakte veel kabaal in het stille huis. Julian scheen zijn zaklamp door de grote entreehal waar hij nu stond. De hal was hoog en aan de muur hingen schilderijen. Deze schilderijen moesten zeker wel 300 jaar oud zijn, want de mensen die er op stonden hadden hele oude kleding aan. Ook hadden ze vreemde ouderwetse kapsels en gekke krulsnorren.
In het midden van de hal stond een brede trap. Echt zo'n oude trap, met deftige trapleuningen.

Julian wilde net de hal verlaten om de woonkamer te onderzoeken, toen hij iets boven zich hoorde kraken. Hij scheen snel de zaklamp op het plafond. Van het plafond viel wat stof naar beneden. Julian rende de hal weer in en scheen zijn zaklamp op de brede trap. Niks. Er was niks te zien. Toen hoorde hij het gekraak weer, nu wat zachter dan eerst. Het kwam van boven. Er was boven iets. Het kan natuurlijk een grote muis zijn. Dan wel een hele zware muis. Of een flinke kat, dacht Julian. Misschien vleermuizen. Want ja, het is wel een oud huis waar niemand woont.

Met zijn camera in zijn rechterhand en de zaklamp in zijn linkerhand, liep Julian de eerste traptrede omhoog. De trap piepte en kraakte nog harder dan de vloer in de hal. Julian stond stil op de eerste tree. Even wachtend of er boven iets zou gebeuren. Maar boven bleef het stil. Julian zette vervolgens zijn voet op de tweede tree en weer piepte en zuchtte de trap. En zo liep Julian voorzichtig naar boven, terwijl hij de zaklamp naar boven scheen. Uiteindelijk stond Julian bovenaan de trap en zette hij de camera aan. Hij wilde de zogenaamde reuzenspin niet missen. Julian stond nu boven in een gang, bekleed met rood tapijt. De gang stond vol met hoge deuren, die waarschijnlijk allemaal naar slaapkamers gingen. Of wat voor kamers dan ook. Julian begon te twijfelen of er wel een reuzenspin in dit huis zou zitten. Want spinnen maken toch spinnenwebben? Julian zag geen enkel web hangen. Zelfs geen klein webje. Wel viel het Julian op dat het huis heel erg schoon is. Voor een huis dat al zo oud is en zo lang leegstaat, dan moet er toch overal stof liggen? En vies zijn? Maar nee, het huis was schoon. Verdacht schoon. Alsof er elke dag een schoonmaker langskwam. Julian liep naar het einde van de gang, waar nog een trap stond.
Niet een hele grote trap, maar meer een houten ladder. En bovenaan die houten ladder, daar scheen een zacht lichtje.

Hoofdstuk 5 De mysterieuze zolderkamer

Julian liep naar de ladder en keek voorzichtig omhoog. Het was een trap naar de zolder. Hij luisterde.
Het was muisstil op zolder. Julian verzamelde al zijn moed en langzaam, stapje voor stapje, liep hij de houten ladder omhoog. De zolder die hij opklom was klein en in het midden van de zolder stond een tafeltje met daarop een brandend kaarsje. Dat was het lichtje dat Julian vanuit zijn boomhut zag. Naast het kaarsje stond een plankje met een stuk kaas en watermeloen. Uit het stuk kaas miste zelfs een paar hapjes. Eén ding was zeker, er was hier iemand.
Julian liep over de zolder en scheen met zijn zaklamp langs de muren. Overal hingen landkaarten en wereldkaarten. Ze lagen zelfs op de grond. Op sommige kaarten was getekend met een stift. Julian bestudeerde één van de kaarten. Sommige plekken op de kaart waren omcirkelt. Plekken zoals de Trilberg en het Hoge Dennenwoud.
Er stond een rood kruis door de Trilberg maar bij het Hoge Dennenwoud stond een grote vraagteken. Waarom hangen die kaarten hier, en vooral: wat was er in het Hoge Dennenwoud te vinden?

Julian schrok want hij hoorde een tikje op het dak. En nog een tikje. En toen waren er heel veel tikjes. Het regende buiten en het begon hard te waaien. Door de harde wind waaide het zolderraampje open en blies het kaarsje uit die midden in de zolder stond, waardoor het erg donker werd.

Toen hoorde Julian een geluid. Hij hoorde iets schuifelen. Julian deed zijn zaklamp aan en scheen op de richting waar het geluid vandaan kwam. Hij zag een enorme poot verschijnen. Snel trok de poot weer weg. Van schrik liet Julian zijn zaklamp vallen. Snel pakte Julian de zaklamp op en scheen weer.
Maar nu scheen hij tegen een harige muur. Julian voelde aan deze harige muur. Lekker zacht, dat wel. Maar dat was hier toch net niet? Het duurde heel even, maar Julian begreep nu dat dit geen muur was... Hij scheen met de zaklamp langzaam naar de grond. Hij telde 1, 2, 3, 4, 5... 6 poten. En het gekke was, elke poot had een andere gekleurde sok aan. Dit... was... de... reuzenspin.
Zonder om eraan te denken om een foto te maken, draaide Julian zich om en wilde wegrennen. Maar hij hoorde een vriendelijk stem zeggen: "Halloz.".

Hoofdstuk 6 Huize Griebelspinz

Zoals je misschien begrijpt was Julian vooral verbaasd. Een enorme enge spin die hallo zegt?
De reuzenspin schuifelde langs Julian en deed het kaarsje weer aan met een lucifer. Nu het weer licht was kon Julian de hele spin goed bekijken. Hij had een lieve kop, met twee scherpe tandjes. En hij was vooral groot. Met zijn zes grote harige poten, was het echt een reuzenspin. Misschien wel twee keer groter dan Julian. Maar wat misschien het meeste opviel, waren de sokken. De reuzenspin had zes verschillende sokken aan. Omdat Julian zo lang naar de sokken keek, zei de reuzenspin: "Het wordt hierz snel koudz. Sokkenz zijn lekkerz warmz."
Uit het niks pakte de reuzenspin een microfoon. "Wilz je karaoke met me zingenz?" riep de spin enthousiast. "Ik kenz alle nummers al, maarz dat is niet ergz hoor. Of wil je misschienz een stukje kaas?" Met een grote poot wees de reuzenspin naar het blok kaas met het hapje eruit die op het tafeltje stond.
"En nee, bedankt" zei Julian. Maar toen bedacht Julian dat hij een doosje met koekjes bij zich had en haalde deze uit zijn rugzak. "Wil jij misschien een koekje?" Vroeg Julian aan de reuzenspin.
"Koekjes? Ik ben gekz opz koekjesz" riep de reuzenspin nog enthousiaster dan eerst.
En zo aten Julian en de reuzenspin samen het doosje koekjes leeg. Tenminste, Julian at één koekje en de reuzenspin schrokte hongerig de rest van het doosje leeg. Ja, ook het kartonnen doosje werd erbij opgegeten.
"Mijn naam is Julian" zei Julian vervolgens. "Hoe heet jij?" vroeg Julian aan de reuzenspin. De reuzenspin was even stil. Hij leek flink na de te denken. En na een lange tijd zei de spin: "Ik weetz eigenlijk niet meerz hoe ik heetz, ik ben hierz al heelz lang. Volgenz mij noemen ze mijz Huize Griebelspinz."

Hoofdstuk 7 De zoektocht naar huis

Huize Griebelspin was nog maar een kleine spin toen hij in huize Griebel terecht kwam. Hij was verdwaald en had geen idee meer waar hij was. Huize Griebel stond op dat moment leeg, dus leek hem dat een goede plek om even te wonen tot hij zijn eigen huis weer terug zou vinden.
Hij zocht bij de Trilberg, en keek daar onder elke steen. Hij liep naar de zee, maar vond niks op het strand behalve zand, zand en nog meer zand. Hij keek in elke achtertuin, zelfs in de boomhut van Julian. Hij klom in de hoogste boom die hij kon vinden, en keek uit over de hele omgeving. Maar zijn eigen huis vond hij niet meer terug, hoe vaak hij ook zocht.
En in de tijd die voorbij ging, werd hij groter. Huize Griebelspin werd groter en groter.

Toen kwamen er op een dag nieuwe bewoners Huize Griebel binnen, terwijl hij net een bad wilde nemen. Stond de Griebelspin daar, zonder sokken in de hal, met een badeendje in zijn poot. En voordat de spin hen vriendelijk gedag kon zeggen, renden de nieuwe bewoners gillend Huize Griebel uit. Ze vertelden iedereen over de enge grote spin die ze in het huis tegenkwamen.
Sindsdien wordt het moeilijk om Huize Griebel te verlaten, omdat het zo druk is rondom het huis door alle mensen die de Griebelspin wilden zien.
En omdat de Griebelspin zich verveelde omdat hij niet meer naar buiten kon, maakte hij allemaal kunstwerken van zijn spinnenwebben. Het begon met het maken van een tent. Toen hij dat kon, maakte hij een olifant na en noemde deze Hubert.
Zijn hoogtepunt was de Eiffeltoren in de hal. Wat was dat ding hoog geworden. Er zaten zelfs lichtjes in.
Maar omdat hij een dikke rotzooi maakte met zijn webben, stofzuigde de Griebelspin soms wel acht keer per dag. Maar dat was ook een beetje uit verveling.

Julian keek Griebelspin verwonderd aan.
"Maar het Hoge Dennenwoud dan?" vroeg Julian tot slot. Hij pakte de landkaart erbij. "Ben je al in het Hoge Dennenwoud geweest?".
"Nee", zei de Griebelspin. "Datz is de laatste plek waarz ik nog niet benz geweest".

Hoofdstuk 8 De wilde rit naar Het Hoge Dennenwoud

Julian was zelf ook nog nooit in het Hoge Dennenwoud geweest, maar kende het bos wel. Daar woonde namelijk de beruchte Snurkpanda, die het hele bos ooit eens wakker hield met z'n flinke gesnurk. Julian had verhalen gehoord dat de grond door het gesnurk zo hard trilde, dat ze dachten dat er een aardbeving was.

"Misschien kunnen we gaan kijken in het Hoge Dennenwoud", zei Julian vastberaden. En het regent nu buiten, dus er is niemand die met dit weer buitenkomt. We kunnen daarom Huize Griebel uitsneaken zonder dat iemand jou ziet." En dat vond de Griebelspin een goed plan.
Samen liepen ze alle krakende trappen naar beneden en slopen de voordeur uit. Voorzichtig keken ze om zich heen, er was niemand te zien en het regende buiten nog steeds. "Wachtz wachtz" fluisterde de spin. "Ik moetz mijn laarzen nog aantrekkenz." Huize Griebelspin liep terug naar binnen. Het duurde even en de spin kwam weer naar buiten. "Kom, we gaanz" zei de spin enthousiast. "Nee tochz niet" zei de spin weer. "Mijn laarzenz zittenz verkeerdz om". En weer verdween de reuzenspin het huis in. Toen kwam de spin weer naar buiten, blijer dan eerst.

"Klimz maar op mijn rugz" zei de spin. Dat deed Julian, en de spin begon te lopen. En vervolgens te rennen. Met zijn lange poten kon hij flinke stappen zetten en hobbelde flink op en neer. Julian hield zich stevig vast aan de Griebelspin. En omdat het donker was en de spin zo snel ging, had Julian geen idee meer waar hij was. Hij was in ieder geval al lang zijn straat uit waar Huize Griebel stond. Er flitste van alles voorbij. Eerst waren het nog lantaarnpalen, maar nu was het donker en zag hij af en toe bomen voorbij komen. Er waaiden natte blaadjes in Julian zijn gezicht. Daarna fladderde er een duif in zijn haar. "Roee-hoef" zei de duif. Veertjes dwarrelden overal langs Julian heen. En net voordat Julian bang werd dat er nog iets in zijn gezicht zou vliegen, stopte de spin met lopen. "We zijn in Hoge Dennenzwoudz" zei de spin vermoeid van het rennen. Als een cowboy stapte Julian van de Griebelspin af en keek om zich heen. Het was gestopt met regenen en het bos werd verlicht door maanlicht. Julian snapte nu waarom dit bos Het Hoge Dennenwoud werd genoemd. De bomen waren hier echt hoog en torenden ver boven Julian uit.
"Herken je al wat?" vroeg Julian aan de Griebelspin die aan het snuffen was. Hij snufte in de lucht en snufte vervolgens aan de grond. "Dit is mijnz thuis." zuchtte de Griebelspinz opgelucht. "Ik benz thuis. En er zijn meer reuzenspinnenz in de buurt. Ik kan ze horen".
Julian luisterde, maar hoorde helemaal niks. Het zal wel iets zijn wat spinnen wel kunnen horen, maar mensen niet. Wel hoorde Julian een paar krekels en verderop een hoestende uil.
De Griebelspin werd erg enthousiast en sprong flink op-en-neer.
"Okee doei!" zei de Griebelspin en rende weg, het bos in".
"Hee en ik dan!" riep Julian.
Julian hoorde wat struikjes ritselen en de Griebelspin kwam blij het bos weer uitrennen. "Oh ja! Klimz maar op mijn rugz". En de Griebelspin rende en rende, nog sneller dan eerst. En Julian hobbelde heen-en-weer en hield zich stevig vast.

De Griebelspin stopte bij de boomhut van Julian. Julian stapte af en gaf de Griebelspin een knuffel. De Griebelspin draaide zich om en rende weg, snel, zoals de Griebelspin dat kon. In de verte draaide hij zich nog eens om en zwaaide met één van zijn poten naar Julian. En rende de duisternis in.

Soms zat Julian in zijn boomhut en dan hoopte hij 's avonds een lichtje te zien branden in Huize Griebel. Hopend dat de Griebelspin er zou zijn. Maar de Griebelspin was er niet, die was terug in het Hoge Dennenwoud.
Tot een paar maanden later toen Julian zijn boomhut inklom. In de boomhut liep hij tegen een olifant aan gemaakt van spinnenwebben.

Toen wist Julian het. Hij zou de Griebelspin op een dag weer terugzien.

Einde

←  terug naar verhaaltjes
Top